De vloek van de dominees


Hoofdstuk 1

Er is altijd wel iemand die het nog slechter heeft dan jou...

Tenminste, dat hoor je vaak. Er zijn nog nooit mensen geweest die dat ook daadwerkelijk tegen mij hebben gezegd. Ze durven dat denk ik niet.

Wat heeft het ook voor zin om bij zo´n zielig hoopje mens als ik ook nog eens wat extra zout in de wonden te gaan strooien.

Ik ben de middelste van een gezin van zeven kinderen. Ik heb een broer en vijf zusters. Ik ben zwaar gehandicapt, een kas plantje met spastische bewegingen. Ik kan niet lopen, ik kwijl de hele dag, ik kan niet praten, ik kan alleen zien door een duimen dikke bril en ik ben op de hulp van mens of machines aangewezen. Daarbij heb ik ook nog eens een ernstige huidaandoening genaamd epidermolysis bullosa of kortweg EB. Dat houdt zoveel in als dat er allerlei blaren op mijn huid onstaan en mijn huid te pas en te onpas loslaat. Onze lieve Heere moet een speciaal plaatsje in de hemel hebben voor mij, ik heb in mijn vorige leven flink wat verkeerd gedaan of ik ben gewoon een evolutionaire pechvogel.

Hoe het ook zij. Doordat mijn vader stinked rijk is kan ik toch nog enigszins van het leven genieten. Mijn vader is eigenaar van de grootste kotter vloot van Europa. Dankzij dat geld kan ik genieten van de laatste elektronische snufjes. Ik kan niet veel, op heel goed kwijlen en een plant immiteren na dan maar ik kan, lucky bastard die ik ben, de wijsvinger van mijn linkerhand, als een soort mislukte E.T. nog wel redelijk gebruiken. Mijn rechterarm kon ik op wat spastische problemen na ook nog wel aardig gebruiken.

Mijn grootste hobby is internet. Op het internet ben ik een God. Op het internet heb ik een prachtig, atletisch lichaam, ben ik de grootste dekhengst en heb ik, doormiddel van hacken, al menig organisatie en overheidsinstantie tot wanhoop gebracht.

Mijn ouders zijn oud Gereformeerd, dat is zeg maar het zwartste van het zwartste. Een soort pacifistische Christelijke Taliban. Hun credo komt ongeveer hier op neer dat we van binnen allemaal zwart zijn en we in principe allemaal verloren zijn en alleen genade en uitverkiezing kan ons redden. Wel een makkelijk geloof want je hoeft er in theorie niets voor te doen alleen in de praktijk ligt dat toch iets anders. In de praktijk weten de oud Gereformeerden van gekkigheid niet wat ze aan regeltjes moeten bedenken om toch maar in de gunst van de Heere te komen.

Geen tv, geen auto op zondag, vrouwen mogen geen broek dragen. Mijn zusters en ik zijn heel behendig geworden in het ontwijken van die regels. We zijn een soort Joden geworden die onophoudelijk bezig zijn de wet in ons eigen voordeel te interpreteren. Zo hebben mijn zusters vaste adressen in het dorp bij vrienden en familie waar ze broeken en strakke truitjes hebben gestald voor als ze uitgaan.

Op mij zijn de meeste regels niet van toepassing. Ik heb zelfs internet op mijn kamer. Dat is mijn redding geweest anders was ik waarschijnlijk al op een sombere dag de haven in gereden met mijn elektrische rolstoel.

Wat had ik een vreselijk shit leven gehad zonder internet. Vroeger kon en deed ik niets. Alleen een beetje voor me uitstaren en denken. Mijn directe omgeving kwam er door al mijn handicaps pas zeer laat achter dat ik een normaal verstand had. Omdat ik bijna niets kom bewegen zat ik gevangen in dit lichaam.

Ik wist niet beter en daardoor hield ik het vol maar naarmate ik ouder werd begon ik te beseffen dat er weinig mensen op deze wereld zijn die het minder dan mij hebben.

Op een gegeven moment begreep een zuster van me die me veel verzorgde dat ik kon communiceren via mijn wijsvinger. Eindelijk..ik was bevrijd. Er werd een rolstoel met een speciaal computer systeem voor me aangeschaft waardoor ik eindelijk kon communiceren met andere mensen en via intenet leerde ik eindelijk de wereld kennen.

Er was dus meer dan Urk, de kerk en mijn lullige niets zeggende leventje.

Mijn leven was tot dan toe een opeenstappeling van verzorging. Uitkleden, aankleden, wassen, nieuwe luier, verbanden verwisselen op mijn huid die door alle pus vaak vast bleef kleven wat daardoor een pijnlijk proces was, doorleg en zit plekken behandelen en dan als bonus de hele dag dat gitzwarte geloof op de koop toe. Mijn moeder en zusters en alle tantes en andere familieleden die mij iedere dag komen helpen verdienen wat mij betreft een plek in de zevende hemel maar het is jammer dat ze daar zelf niet zoveel vertrouwen in hebben.


Hoofdstuk 2


Ik heb het altijd moeilijk gevonden om niet te geloven. Ik wilde graag geloven omdat mijn toestand zo uitzichtloos was en is. Wat heeft het leven nu, evolutionair gezien, voor zin als je in een rolstoel zit, niks kan bewegen en als bonus ook nog een vervelende huidziekte hebt? Wat heeft die evolutie mij nu te bieden? Het enige wat de evolutie zegt is dat ik er eigenlijk al niet meer had moeten zijn. Het is te danken aan het altruïsme van mijn ouders, dokters, chirurgen en familie dat ik hier nog ben.

Ik maak nu komma nul kans op voortplanting en de kans dat ik ooit nog wat voor de mensheid ga betekenen is ook minimaal te noemen. Ja, je zou misschien kunnen zeggen dat ik een soort inspiratie bron ben voor mensen. Zo van: “het kan altijd minder”, “wij hebben het zo slecht nog niet”. In die zin kan ik nog een rol vervullen als martelaar voor de positieve levenshouding van anderen.

Het geloof van mijn ouders geeft me in ieder geval nog een beetje hoop. Zij geloven dat lijden nog ergens goed voor is. Dat gaf me in mijn vroege jeugd nog wel wat troost en houvast.

Toch kon ik het later allemaal niet meer geloven. Ik werd nog wel iedere week trouw twee keer voor in de kerk geparkeerd. Ik kon dan vanaf de eerst rij genieten van een Refo live show. Dominees of ouderlingen die bijna niet te verstaan waren omdat ze in de tale Kanaans spraken over dood, zonde en verderf. Er waren weinig lichtpuntjes en ik kwam dus weinig opgewekt weer naar buiten. Ik zou het toch niet willen missen, want ik kon in de kerk altijd heerlijk dagdromen over meisjes met wie ik allerlei erotische avonturen beleefde. Het was toch weer even een moment dat ik uit mijn dagelijkse sleur kon ontsnappen en in de kerk kon ik in mijn eerste puber jaren intens genieten van de mooie meiden in de kerk die opvallend genoeg vaak weinig last van de inteelt genen leken te hebben.

Het is trouwens een misverstand dat inteelt alleen voor negatieve eigenschappen zorgt. Inteelt versterkt zowel de kwade als de goede eigenschappen.

Toen ik een jaar of zestien was werd ik wel eens meegesjouwd in het Urker uitgaansleven door mijn broer en zijn vrienden. Eerst werd er een vriend vooruit gestuurd om te kijken of er geen ouderlingen voor de deur van het café stond waar we naar toe zouden gaan. Er was namelijk een groep ouderlingen van de zware gezindte die stonden te posten voor de barren en cafés om je er van te weerhouden binnen te gaan in de verderfelijkheid die onherroepelijk zou lijden naar de zwavel poelen van de hel.

Maar goed, als we eenmaal onopgemerkt binnen waren gekomen dat werd ik in een hoek geparkeerd en af en toe kreeg ik een flesje bier met een rietje toegeschoven. Ik kreeg dan veel aandacht van de Urker meiden die me natuurlijk hartstikke zielig vonden. Onderwijl gluurde ik me het apenzuur. Heerlijk die decolletés en kontjes. Ze wisten toch niet of ik nu scheel was, hen aankeek of dat ik überhaupt wel goed bij mijn verstand was.

Meestal kwam ik dan weer stomdronken thuis. Mijn moeder zag wel dat ik veel gedronken had, omdat mijn stoma meestal op ontploffen stond maar aan mij kon je verder niet veel merken. Ze dachten dat ik de hele avond aan de colatjes had gezeten.


Ik had dus geheel tegen de regels thuis wel internet op mijn kamer. Wel met een filter natuurlijk. Het filter stond in eerste instantie zo streng afgesteld dat er bij de zoekterm “damesfiets” al een blokkade kwam vanwege pornogevaar.

Dat filter had ik er binnen no time af natuurlijk. Mijn ouders waren digibeten en ik kon dus heerlijk mijn gang gaan. Mijn zusters keken bijna iedere dag tv bij mij op de computer en kregen daardoor ook wat meer mee van de wereld. Er moest dan altijd een zuster op de wacht staan en via het luid zingen van psalm 42: “Hijgend hert der jacht ontkomen,” werden we op de hoogte gehouden van ouders die eventueel roet in het eten konden gooien, zodat we dan de vermoorde onschuld konden spelen.


Je zult misschien denken dat ik heel erg dankbaar ben voor alle verzorging en aandacht die ik krijg maar niets is minder waar. In dit zielige hoopje mens zit een psychopaat verborgen, een duivel die een uitweg zoekt uit de gevangenis van dit leven, een verbitterde jongen die wraak wil nemen het onrecht dat hem is aangedaan.


Ik heb de laatste tijd flink zitten nadenken over dit leven en waarom ik er überhaupt nog mee door moet gaan. Het enige positieve wat ik kon bedenken is dat ik graag in de geschiedenis boeken wil komen. We leven namelijk in een vreemde wereld waarin mensen die heel slecht zijn nog eeuwen worden herinnerd en mensen die goed zijn bijna altijd direct weer worden vergeten. Over duizend jaar praat niemand meer over Martin Luther King, Majoor Bosshardt of moeder Theresa, maar de mensen zullen nog steeds Stalin, Hitler en Mao kennen.

Nu kan je natuurlijk zeggen dat iedereen Jezus nog kent maar het is nooit bewezen dat hij een historisch figuur is geweest. Je zou denk ik kunnen stellen dat Jezus vooral beroemd is geworden omdat tientallen psychopathische moordenaars hem door de eeuwen heen hebben opgedrongen aan de mensheid.

Om dus echt in permanent in de geschiedenis boeken te worden opgenomen moet je zoveel mogelijk mensen afslachten.

Het geloof van de monnik Raspoetin spreekt mij ook wel aan. Hij zou lid zijn geweest van een Russische christelijke sekte genaamd de Khlysten. Deze mensen geloofden ondermeer dat je alleen door zonde tot verlossing kon komen. Raspoetin stond er dan ook om bekend dat hij altijd achter de vrouwen aan zat en gek op drank was. Aangezien seks niets wordt moet ik me maar op andere zonden richten.

Hoofdstuk 3

We kregen regelmatig huisbezoek van ouderlingen die met een gladgestreken gezicht beweerden dat God mij ook heeft gemaakt, dat ik een uiting ben van de zonde die in de wereld is gekomen en dat ik desondanks tot een zegen voor mijn ouders zal zijn omdat ze op die manier elke dag er van bewust zijn dat deze aardkloot een zondig stukje modder is en dat ze daardoor sneller tot inkeer kunnen komen en daarmee de genade van God kunnen opwekken. Mijn moeders gezicht zag je dan met de minuut triester worden. In haar ogen zag ik dan een blik die me het idee gaf dat zij het ook allemaal niet geloofde en dat ze ook maar dit leven is ingerold. Net als tachtig procent van de mensheid doet ze ook maar wat er van haar verwacht wordt door haar familie. Toen de ouderlingen weg waren besloot ik ze eens goed te pakken te nemen. Via mijn spraakcomputer vroeg ik aan m’n moeder hoe die vrome mannen heten en waar ze woonden.

Later, op mijn kamer, maakte ik ze lid van allerlei naakt en porno bladen en bestelde ik bij allerlei internet winkels, spullen op hun naam. Later hoorde ik dat een van de ouderlingen door dit geintje uiteindelijk voor de tucht commissie van de kerk was beland.

Langzaam begon er een haat tegen het geloof in mij te broeien en langzaam begon het plan te ontstaan om dominees te gaan vermoorden.

Misschien was het wel heel slecht voor mijn karma, maar dat risico nam ik dan maar. Ik zag het als een soort wraak op het leven.




Hoofdstuk 4

Ik had het plan opgevat om met de dominees van de kleinere kerk genootschappen te beginnen om me daarna uiteindelijk op te werken naar onze eigen dominee of misschien het subtiel uitspelen van diverse kerkgemeenschappen tegen elkaar. Het plan moest nog even broeden.

Ik had op internet kennis genomen van de dood van de Rus Litvenenko, die na een ontmoeting met twee figuren van de Russische geheime dienst, in Londen overleed aan de gevolgen van een Polonium vergiftiging. Deze manier van moorden sprak me erg aan maar aangezien het vrijwel onmogelijk is om als leek aan Polonium te komen, zou ik een andere stof moeten bedenken waarmee ik mijn plannen ten uitvoer zou kunnen brengen.

Ik zou natuurlijk ook huurmoordenaars kunnen gebruiken, die ik via allerlei tussenpersonen zou kunnen aansturen maar dat was denk ik toch te riskant. Als er teveel mensen bij een misdaad zijn betrokken is er altijd iemand bij die het verpest voor de rest.

Ik zou het toch alleen moeten opknappen...


Mijn moeder is een hele lieve vrouw, die het vaak ook niet eens is met al die regeltjes binnen de Refo leefstijl, waarin ze is opgegroeid maar om de lieve vrede met haar familie doet ze braaf mee. Ze kijkt me vaak veelbetekenend aan als mijn vader weer eens zo’n stompzinnige regel kracht bij zet. Het dondert en bliksemt regelmatig bij ons in huis, nadat er weer iemand een te korte rok heeft of betrapt wordt op het luisteren naar pop muziek of de verkeerde boeken leest of stiekem naar een barretje gaat of gezien wordt bij de bioscoop in Emmeloord of, nou ja, noem het maar op, er valt altijd wel wat te zeiken. Ik denk zo vaak, man, man, waarom maak je het jezelf zo moeilijk. Ik las een keer dat fundamentalisten eigenlijk net als muzikanten zijn die maar een noot op hun instrument gebruiken en die noot, tot vervelens toe, maar blijven herhalen. Zonde van het instrument en zonde van de talenten van de muzikant. Misschien vind ik het wel extra irritant omdat ik mezelf al zo enorm beperkt voel in mijn vrijheid en dat ik daarom niet kan begrijpen dat er mensen zijn die zichzelf vrijwillig allemaal stompzinnige regeltjes opleggen. Het gekke is dat mijn vader ook nog niet eens gelooft dat hij in de hemel komt want hij is nog niet gegrepen. Met andere woorden die regeltjes navolgen heeft verder geen enkel nut voor het behoud van je ziel. Ik heb het nooit begrepen…zal wel aan mij liggen.

De eerste dominee die er aan zal gaan is eigenlijk een hele beminnelijke man en ik vind het ook eigenlijk zonde om hem vroegtijdig naar zijn eeuwige vader te moeten sturen maar juist door het doden van deze man zal er een schokgolf door Urk gaan die alleen maar erger zal worden en uiteindelijk moet resulteren in de vernietiging van dat achterlijke geloof op Urk.

Dominee Zieltrekker, ja je gelooft het niet maar zo heet hij echt, vreemd hoe mensen vaak een achternaam of naam hebben die precies past bij hun beroep, is een mooie kerel met een onverwachte humoristische kant die je wel vaker aantreft in Refo kringen. Zieltrekker is de dominee van een afscheiding van de Oud Gereformeerde kerk in Urk. Op catechisatie werd hem een keer gevraagd door een jongen die in enigszins beschonken toestand aanwezig was en de dominee wou provoceren, of hij ook een favoriet standje had. Geschokt keken de mede catechisanten de dominee aan, die heel gevat antwoordde: “Als ie er maar in zit.” Over deze dominee werd ook verteld dat hij een gefilterde versie van internet had maar als hij echt iets graag wilde zien dat zijn filter niet doorliet dan had als back-up de WIFI code van de buren. Ook scheen hij ieder jaar een week op vakantie te gaan om televisie te kijken onder het mom dat je beter een week in het jaar kon zondigen dan het hele jaar maar goed dat waren natuurlijk allemaal maar roddels over de beste man.

Dominees staan op Urk in zeer hoog aanzien en worden als een soort alwetende autoriteiten gezien door hun schaapjes. Hoe vaak ik niet heb horen zeggen: “Het was weer allemaal waar wat de dominee zei.” Echt kritisch denken is aan veel Urker kerkgangers niet besteed en een kinderlijk geloof staat in hoog aanzien.

Ik begon de gangen van dominee Zieltrekker na te gaan en kwam er achter dat hij elke avond zijn hond uitliet op een bepaald tijdstip. Dat moment leek mij het meest geschikt om hem van het leven te beroven.

Hoofdstuk 5

Het klinkt misschien raar maar ik heb de Nazi’s altijd al gaaf gevonden. Die prachtige uniformen en wapens. De Duitsers lagen gewoon mijlen voor met de ontwikkeling van wapens en na de oorlog hebben de Amerikanen en Russen nog tientallen jaren plezier gehad van alle ontwerpen en technieken die ze van de Nazi’s hebben gejat. Straalvliegtuigen, geleide bommen, raketten noem het maar op. Het meest bewonderde ik de Nazi’s om hun recht door zee houding en hun interesse in occulte zaken en geschiedenis. Als de Nazi’s hun zin hadden gekregen was ik niet geboren geweest. Dan was deze hele klucht met een sisser afgelopen en dan had ik dit vreselijke lijden niet hoeven doorstaan. De Nazi’s waren erg voor het zuiver houden van het bloed en zorgden er voor dat mensen die ziektes hadden, gehandicapt waren etc. zich niet konden voortplanten en ik ben er van overtuigd dat ze, als ze hadden gewonnen, binnen no time DNA technieken en voortplantingsvoorschriften hadden ontwikkeld die er voor zorgden dat er geen gehandicapte mensen meer geboren zouden worden. Klinkt hard maar wie zit er nu eigenlijk te wachten op een gehandicapt kind? Het kost de maatschappij handen vol met geld en hele gezinnen gaan er onder gebukt. Wat vinden al die broers en zusters van alle aandacht die ze zijn misgelopen gedurende hun leven omdat ze een gehandicapte broer of zus hebben? Ik begrijp het tegenargument ook wel dat het krijgen en omgaan met een gehandicapt kind je leert om anders naar het leven te kijken en er voor zorgt dat je zelf door je lijdensweg verrijkt wordt en dat gehandicapte mensen ook voor heel veel vreugde en dankbaarheid kunnen zorgen in een gezin maar dan nog zeg ik dat de lasten groter zijn dan de baten en als ervaringsdeskundige mag ik daar toch zeker wel een mening over hebben?

Ik raakte geïnteresseerd in de baas van de SS, Heinrich Himmler, die totaal geobsedeerd was door de occulte geschiedenis en ik begon me, ook deels om me af te zetten tegen mijn ouders en hun geloof, ook meer en meer te verdiepen in de occulte geschiedenis. Ik verdiepte me er zo in dat ik er op een gegeven moment van overtuigd raakte dat ik een soort reïncarnatie van Himmler was. Himmler was gestraft voor al zijn misdaden en was daardoor uiteindelijk in mijn door en door gehandicapte lichaam terecht gekomen. Himmler had van de SS een soort occult broederschap gemaakt. Hij stuurde expedities de wereld in om te zoeken naar de Heilige Graal, de Holle Aarde en allerlei magische voorwerpen die de macht van de SS moesten vergroten en hij ging zelfs zo ver om een Heksen commando op te richten die op zoek ging naar occulte boeken en spreuken. Hij bracht al die dingen samen in het kasteel van Wevelsburg wat hij liet ombouwen tot een soort occult pretpark.

Wat me zo aanspreekt aan mensen die met occulte zaken bezig zijn is dat ze eigenlijk de wetten van de natuur willen breken. Ze willen hun eigen regels dicteren aan het leven. Ze willen niet gebonden zijn aan allerlei regels en wetten waar de normale stervelingen aan gebonden zijn. U kunt misschien begrijpen dat dit mij als zwaar gehandicapte enorm aanspreekt. Ik kan natuurlijk ook gaan wachten tot ik word beloond voor mijn enorme lijden in een eventueel hiernamaals maar die gok wil ik niet wagen. Ik neem nu liever zelf het heft in handen.

Ik ontdekte een lijst met boeken die Himmler had verzameld, zijn occulte bibliotheek en ik begon die boeken op internet op te zoeken en leerde uit die boeken spreuken die mensen op allerlei manier konden beheersen en beïnvloeden.

Ik was er intussen wel uit hoe ik die dominees het beste om zeep kon helpen. Ik had via een van de heksen boeken een gifsoort ontdekt die heel gemakkelijk was te maken met allerlei spullen die je op internet zonder al te veel moeite zo kan vinden. Het was de bedoeling om de dominee dicht bij me in de buurt te krijgen zodat ik hem op de een of ander manier kon injecteren met mijn gif. Ik bestelde de spullen en begon ze op mijn kamer te mixen. Ik wist mijn moeder wijs te maken dat ik met een of ander werkstuk voor scheikunde bezig was.

Hoofdstuk 6

Ik kon met mijn spraakcomputer allerlei stemmen gebruiken om te spreken en naar gelang mijn gemoedstoestand of het doel wat ik wilde bereiken, paste ik de stem aan. Als ik wat gedaan moest krijgen van mijn moeder, kon ik zo’n zielig stemmetje gebruiken en dat werkte altijd. Ik vroeg mijn moeder of ze niet een keer een avondje kon uitgaan met haar zusters of vriendinnen omdat wij ook wel eens een avondje alleen wilden zijn. Mijn vader was mee met een van zijn kotters als inval schipper, dus daar hadden we sowieso geen last van. Onze moeder ging zelden uit omdat ze mij niet alleen wilde laten maar ik verzekerde haar dat het met de oppas van mijn zusters en broer prima zou gaan. Uiteindelijk stemde ze toe nadat ik het aller-zieligste stemmetje van mijn stemcomputer had gebruikt. Ze ging met een zuster naar een avond van de kerk en zou daarna nog even om een kopje thee bij die zuster.

Twee dagen later was het zover. Op een woensdagavond ging mijn moeder weg om haar zuster op te halen nadat ze eerst honderdvoudige instructies had gegeven aan mijn zusters en dat ze haar vooral moesten bellen als er iets mis ging. Mijn zusters slapen op de zolder en ik had ze mijn laptop gegeven zodat ze daar tv konden kijken. Als die laptop aanstond waren ze niet meer aanspreekbaar en leken ze gehypnotiseerd te zijn. Omdat het niet mocht had het een soort magische aantrekkingskracht gekregen. Ik drukte ze op het hart dat ze mij vooral niet moesten storen op mijn kamer en ik deed net of ik me terugtrok op mijn kamer maar ging met de stoellift naar beneden vanwaar ik, met enige moeite, in mijn rolstoel kon rollen. Met een druk op de knop opende ik de enige deur van het huis die ik kon openen en reed naar buiten. Het was acht uur en als het goed was zou dominee Zieltrekker zo zijn teckeltje uit gaan laten. Ik reed naar een groenstrook waar de dominee altijd zijn hondje liet poepen. Het was al flink donker en doordat het zo geregend had kwam ik een paar keer vast te zitten met een wiel van mijn rolstoel toen ik me op een onopvallende manier probeerde te parkeren op de stoep. Ik zag hem al aan komen lopen in de verte. Ik checkte nog even of mijn teksten goed klaar stonden om door mijn spraakcomputer te worden uitgesproken. De dominee had een ietwat mank loopje dat er wel grappig uitzag. Geconcentreerd zat ik naar hem te kijken om op het goede moment toe te slaan. “Hee Klaas”, want zo heet ik dus, “zit je aan het trimmen.” Ik schrok me dood. Het was ome Henk, de grappigste oom van mijn vaders kant. Ik reageerde met een standaard reactie op mijn spraakcomputer: “lekker weertje he”, terwijl het guur en koud was. Mijn oom lachte en zei: “ja, de mussen vallen van het dak” We kregen een heel vaag gesprekje en voor ik het wist hoorde ik de vriendelijke stem van dominee Zieltrekker naast me: “Goeden avond heren” en weg was ie. Ik bleef nog even babbelen met mijn oom en ging toen gedesillusioneerd naar huis toe.

Daar ging m’n plannetje. Ik moest maar weer zien wanneer ik weer een kans zou krijgen. Mijn moeder kwam thuis en vroeg zich nog wel af hoe er zoveel modder op rolstoel kon zitten maar ging daar gelukkig niet verder op in nadat ze werd afgeleid door een ruzie tussen twee zusters van me. De volgende ochtend vertelde ze dat de dominee van onze kerk een beroep had gekregen en ze leek daar erg mee te zitten. Dat is op Urk ook altijd zo’n circus als een dominee een beroep krijgt. Zogenaamd gaat hij dan in gebed om sturing en wijsheid maar in de praktijk beslist meestal de vrouw en de kinderen of het financiële plaatje waar ze naar toe gaan. Meestal blijven ze dan ook gewoon, vooral als ze kinderen hebben die in de puber zitten. Die hebben zich dan net gesetteld in een vrienden clubje of hebben verkering en vinden verhuizen op dat moment dan ook het ergste wat er is. Tijdens de beroepsprocedure worden ze overladen met de meest stompzinnige vroompraterij en als ze een beroep afslaan dan zijn ze gegarandeerd van een volle diepvries met vis. Jezus maakte tijdens de wonderbaarlijke spijziging uit een brood en een paar vissen een maaltijd voor een grote groep volgelingen maar hier op Urk doen we het andersom. Hier krijgt de herder zoveel vis dat hij een viskar kan gaan beginnen.

Hoofdstuk 7

Mijn moordplannen werden enkele weken onderbroken omdat mijn moeder het huis niet meer was uit te slaan. Ik vermaakte me in de tussentijd trouwens opperbest met een familie vete die was ontstaan tussen mijn familie en een andere Urker familie op een tentenkamp.

Toen de rook was opgetrokken waren er twee doden, enkele gewonden en flink wat vernielingen te betreuren. Heel Urk sprak er over en er moesten aardig wat politie en dominees aan te pas komen om de gemoederen enigszins te kalmeren. Ik weet het allemaal zo goed omdat ik de verhalen tot vervelens toe moest aanhoren als ik in de kamer of keuken stond geparkeerd en verder werd er op social media ook flink over gediscussieerd.

Dit is de versie die ik, met waarschijnlijk enige opsmuk en overdrijving, heb meegekregen.

De oorsprong van het conflict lag bij twee mannen die met elkaar werkten in een visbedrijf op Urk. Op de eerste dag van het tentenkamp zag Riekelt zijn collega Andries bij de tent van buurtvereniging “De Bliksemstroalen” voorbij fietsten en nodigde hem uit voor een biertje. Andries was al enigszins beschonken omdat hij bij een barbecue van een zwager wegkwam en begon al snel wat mensen in de tent te beledigen en daar boven op begon hij de tent en alle springkussens die om de tent heen stonden ook nog af te kraken. Bij de buurtvereniging van Andries was alles beter. De tent was groter, het meubilair was beter, de springkussens waren groter en het zwembad en de activiteiten waren ongeëvenaard. Riekelt wist de zaak een beetje te sussen maar kon het niet laten om Andries uit te dagen. Na veel dronkenmans gebrabbel kwamen ze tot de overeenkomst dat er een paalgevecht boven een zwembad zou worden gehouden tussen twee geselecteerde buurt teams. Om diezelfde avond nog hun mannelijkheid te bewijzen besloten de twee helden een nazit wedstrijdje te houden waardoor ze allebei tegelijk om vier uur s’ochtends de tent uitrolden. Dit tot grote ergernis van de direct omwonenden die regelmatig vloekend wakker werden na weer een lachsalvo van Riekelt of Andries. Nadat de buurtbewoners wakker werden konden ze, met enige inspanning, de sterke verhalen van de twee toppers aanhoren. Riekelt vertelde dat hij de beste paling roker van Nederland was en hij legde Andries tot in de fijne finesses, tien keer achter elkaar uit hoe je precies paling moest roken, met welke houtsoort, welke temperaturen en hoe lang je de paling te drogen moest hangen en natuurlijk niet te vergeten welke paling, waarvandaan de beste was. Andries wist het natuurlijk weer allemaal beter en hij vertelde Riekelt ook nog even wat de beste skipiste in Oostenrijk was en welke route je het best kon nemen als je in de zomer naar Zuid Frankrijk reed en dat hij een keer bijna bij de camping Frankrijk was en toen weer terug reed naar huis omdat hij wat was vergeten. Andries toepte weer over en vertelde dat hij een keer drie liter Beerenburg had opgezopen en dat hij zijn vrouw toen ook nog twaalf keer had laten klaarkomen en daarna begonnen ze te discussiëren over het geloof en wie nu eigenlijk bij de beste kerk zat. Andries was er na zijn 18e biertje van die avond van overtuigd dat we allemaal uit genade leefden en dat de mens geneigd was tot alle kwaad en dat de mens uit zichzelf niet goeds kon doen…Afijn u kent het wel….

Voor we verder gaan moet ik u misschien even uitleggen dat Urk een dorp van tradities is en een van die tradities is het jaarlijkse tentenkamp. Het is ooit in de jaren 70/80 van de vorige eeuw opgezet door enkele moeders die hun kinderen wat goedkoop vertier wilden bieden in de lange zomervakanties. Kinderen gingen dan ergens op een grasveldje tenten neerzetten en gingen daar enkele nachten slapen. In de loop van de jaren kreeg iedere buurt op Urk een buurtvereniging en werden de tenten uiteindelijk bij de meeste buurtverenigingen vervangen door een grote tent waaromheen allerlei activiteit plaats vonden. De buurtverenigingen gingen meer en meer een competitie houden wie de grootste tent en springkussens had en wie de gaafste spokentocht en het meeste vuurwerk had. In het begin waren tentenkampen vooral een aangelegenheid voor kinderen en moeders maar sinds de jaren 90 deden steeds meer vaders hun intrede in het tentenkamp wat uiteindelijk resulteerde in dronken papa’s die een week lang zitten te zuipen bij de tent en dan vaak nog even met hun dronken koppen wat vuurwerk afsteken op onchristelijk tijden. Ach..je moet natuurlijk ook wel dronken zijn om tussen roddelende vrouwen en jengelende kinderen in te gaan zitten en anders moet je misschien een beetje sadomasochistisch zijn om dat vol te kunnen houden.

Nadat Andries en Riekelt allebei te laat op hun werk kwamen met een flinke kater spraken ze elkaar in de kantine waar ze hun kater met een flinke bak koffie en een paracetamol probeerden weg te werken. Ze hadden een beetje spijt van hun overmoedige patserpraat maar wilden natuurlijk niet voor elkaar onderdoen en stelden voor om de wedstrijd de volgende dag te organiseren om zes uur s’avonds bij de tent van de buurtvereniging van Andries, genaamd “De donderstienen”

Hoofdstuk 8

De Wedstrijd

Beide buurtverenigingen hadden hun meest afschrikwekkende strijders uitgezocht in drie verschillende leeftijdsklassen en een mannen en vrouwen competitie. Acht tot tien, twaalf tot veertien en vaders en moeders. De strijders moesten op een paal plaatsnemen boven een zwembad De stand was na enkele ronden gelijk en de jongens van twaalf tot veertien voelden dat ze de eer van hun kamp moesten hoog houden. Er was al iemand met een bloedneus maar dat was nog vrij onschuldig met wat zou gaan komen.

Het kamp van Riekelt had ook een jongen geselecteerd die door zijn zware ADHD totaal geen controle had over zijn agressie maar omdat hij een geweldige atleet was hadden ze hem toch maar op de lijst gezet. Deze Kees moest tegen neef Jan, een lieve, wat verlegen jongen, die zeer geliefd was in de buurt en onze familie omdat hij altijd vriendelijk en beleefd was.

Jan en Kees kregen allebei een kleine skippybal waarmee ze elkaar van de glibberige paal, in het zwembad moesten slaan. Kees was er, net als alle omstanders, wel van overtuigd dat hij met gemak zou winnen van Jan maar dat liep toch anders. Kees deed een wilde zwaai en verloor door zijn eigen kracht het evenwicht en belande in het zwembad. Iedereen begon te lachen en dat raakte bij kees een verkeerde snaar. De lachende gezichten die een zekere spot leken uit te stralen waren een aanslag op zijn eergevoel en zelfvertrouwen. Jan stak als winnaar triomfantelijk zijn armen in de lucht maar werd plotseling van de paal getrokken, kreeg een enorme klap tegen z’n kop en belande met zijn hoofd op een ijzeren staander. Iedereen keek geschokt toe toen Jan ook nog een trap recht in zijn gezicht kreeg van Kees. Enkele moeders en vaders klommen over de rand van het zwembad en pakten Kees vast terwijl de anderen zich om Jan ontfermden. Die reageerde niet en leek het bewustzijn te hebben verloren. Hij had een groot gat achter in zijn hoofd. 112 werd gebeld en binnen 10 minuten stond de ambulance bij de tent. Het ambulance personeel begon haar werk te doen maar al snel begonnen ze met elkaar te overleggen of er een trauma helikopter bij moest komen.

Afijn, om het verhaal niet al te lang te maken. Mijn neef Jan overleed en het werd een gigantische rel.

Twee weken na het voorval raakten de vader van Jan en Kees op de vuist op het voetbalveld en dat resulteerde er uiteindelijk in dat een broer van Kees van een trap werd gegooid in een illegale bar op het industrieterrein van Urk, zijn nek brak en overleed aan zijn verwondingen. Daarna werden nog wat auto’s vernield en wat ramen ingegooid maar een gezamenlijke actie van de Urker dominees wist de gemoederen te kalmeren. Het leek wel of heel Urk was verdeeld in twee kampen en het was smullen geblazen voor alle ramp toeristen en roddelnichten.

Hoofdstuk 9

Voor het eerst in mijn twintigjarige bestaan gingen mijn ouders zonder hun kinderen op vakantie. Nu was mijn vader sowieso geen vakantie type. “Vakantie tijd is zonde tijd” en “wie ver van U de weelde zoekt, vergaat eerlang en wordt vervloekt” of hij begon over de toren van Babel dat de God de mensen niet voor niets een eigen plaats en taal had gegeven.

Maar mijn moeder had hem zover gekregen om een midweek naar een hotelletje op de Veluwe te gaan. Waren ze toch nog op de Bible Belt onder de ware gelovigen.

Mijn zusters moesten voor me zorgen en een tante moest af en toe een oogje in het zeil houden. Deze keer ging het makkelijker. Ik kon mijn zusters makkelijk omlullen en mijn tante kwam alleen s’ochtends en s'avonds bij het brood eten even polshoogte nemen en na haar vertrek was ik mooi op tijd voor een rendez-vous met dominee Zieletrekker.

“Dag jongeman”, zei Zieletrekker. Ik antwoordde met mijn computer: “Dag dominee, ik heb een vraag. Gelooft u dat ik door de zonde van de mensheid in deze rolstoel ben beland.”

De dominee bleef staan en draaide zich om. Ik twijfelde geen moment en reed recht op hem af met de spuit in mijn spastische rechterhand. Ik raakte verward in de lijn van de hond van Zieletrekker, die natuurlijk niet in gaten had dat ik hem probeerde te injecteren met gif. “Jongen toch, gaat het wel goed. Heb je je bezeerd”, zei Zieletrekker. Hij probeerde de lijn van de hond die om heen zat te ontrafelen en dat gaf mij de gelegenheid om de spuit in het rechterbovenbeen van dominee te zetten die daardoor een rare hoge gil gaf. Nu zag hij de spuit en keek me verschrikt aan. Ik ging er als een haas vandoor maar bleef op een afstandje toekijken wat er gebeurde. De dominee begon te stikken. Hij greep naar de kraag van zijn blouse, maakte wat rochelende geluiden en zakte na enkele seconden in elkaar. Op de grond begon hij te schokken en te trillen. Na ongeveer een minuut was het voorbij. Ik gooide een brief bij het lichaam neer met daarop de tekst: “Alleen de ware gelovigen zullen het koninkrijk Gods binnengaan” en “dwaallichten leiden een schip op de rotsen, keer terug naar de ware kerk waaruit jullie zijn voortgekomen”. Ook had ik uit de Bijbel een pagina gescheurd met rood omrande tekst. Het ging om 1 Johannes 1:9: “Belijden wij onze zonden, dan zal Hij die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad”. De kerk van dominee Zieltrekker was na een scheuring tot stand gekomen en deze teksten zouden mensen direct in de richting van de moederkerk sturen.

Het was natuurlijk groot nieuws de volgende ochtend. Dominee Zieletrekker was dood gevonden in de buurt van de grote singel, een stukje natuur vlak bij de Dijk. Iedereen dacht in eerste instantie aan een hartaanval maar het was door een verslag In het Urkerland, het plaatselijke weekblad, dat de stemming omsloeg. De brief, die bij het lichaam was gevonden, deed toch het een en ander vermoeden en daarom werd er door de politie ook een autopsie op het lichaam verricht. Er werden vreemde stoffen in het lichaam gevonden, een gifmengsel dat al decennia nauwelijks werd gebruikt wat er volgens de experts voor zorgde dat de hartspier verlamd raakt en spieren die bij de ademhaling betrokken waren werden uitgeschakeld. Intussen gonsde het van de geruchten. De politie had de inhoud van de brief nog niet vrijgegeven. Na enkele weken bracht de politie naar buiten dat Zieletrekker waarschijnlijk was overleden door het inspuiten van gif in het bovenbeen. Ook werd de teksten, die bij het lichaam waren gevonden, vrijgegeven. Urk was te klein. Bijna heel Urk dacht dat dominee Zieletrekker was vermoord door een rancuneus lid van de kerk waarvan de gemeente van Zieletrekker was afgescheurd. Tijdens koffiepauzes, verjaardagen en familiebezoekjes werd er over bijna niets anders gesproken.

Hoofdstuk 10

Nu was dominee Ter Hart van de Gereformeerde Gemeente aan de beurt. Dat zou wat in ingewikkelder worden omdat hij bijna nooit buiten kwam. Hij was vroeger varkensboer geweest maar had zijn bedrijf op een zeker moment voor goed geld doorverkocht nadat hij was gegrepen door de Heere. Hij preekte nu op de zak. Dat betekent dat hij geen vast loon krijgt van de kerk maar de inhoud van een collectezak als loon mag houden. Al vele jaren wordt er gespeculeerd over de inhoud van die zak. Naar het schijnt zou de dominee tonnen per jaar verdienen op deze manier. Van de eenvoud die veel christenen preken was bij deze dominee weinig te merken. Hij woonde in een villa en reed in een dikke Audi.

Ter Hart was dus de dominee van de kerk waarvan veel Urkers dachten dat daar de moordenaar van dominee Zieltrekker zich schuil hield.

Het beste moment om dominee Ter Hart te pakken te nemen was waarschijnlijk als hij van zijn villa, die dicht bij de kerk in de buurt stond, naar de kerk toe liep voor een vergadering of catechisatie.

Mijn ouders waren natuurlijk allang weer terug van hun vakantie en het duurde dan ook twee maanden voor ik de kans schoon zag om weer gif te mengen en er tussenuit te piepen. Vader had een repetitie van zijn koor en mijn moeder ging tegenwoordig naar een krans toe van oude vriendinnen. De eerste keer dat ik het probeerde liep ik Ter Hart mis. Net te laat. De week er op weigerde mijn spraak computer plotseling maar de derde keer was het wel raak. Ik reed hem tegemoet in een nauwe steeg en groette hem vriendelijk met mijn allervriendelijkste computerstem en stelde er direct een vraag achteraan. Voor hij er erg in had stond er een spuit in zijn bovenbeen. Binnen halve minuut was hij dood. Ik gooide weer een bladzijde uit de Bijbel met rood omrande tekst op zijn lichaam. Deze keer had ik een tekst uit Jakobus 4 vers 4: “Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God.”

Ik reed weer naar huis toe en verkneukelde me op alle commotie die dit weer teweeg zou brengen.

De volgende dag ging het nieuws als een lopend vuurtje over Urk. Weer een dominee omgekomen door een hartaanval en nog wel de dominee van de kerk waarvan een gemeentelid dominee Zieltrekker zou hebben vermoord. De complot theorieën werden per uur ingewikkelder maar al snel kreeg de zaak een wending die ik niet had voorzien.

Er stopten twee politie auto’s bij ons voor de deur. Even later kwam een zuster van me naar boven om me naar beneden te begeleiden. “De politie wil met je praten”, zei ze geschrokken.

Beneden gekomen maakte de politie mijn vader en moeder duidelijk dat ze me wilden meenemen voor verhoor naar het bureau. Mijn vader schoot in de lach en mijn moeder werd boos. “We willen graag met u zoon spreken over de dood van dominee Ter Hart”, zei de oudste van de vier politiemannen.

“Mijn zoon gaat nergens naar toe”, zei m’n vader. Hij hield mij stoel stevig vast. Een politieman begon aan mijn vader te trekken. Nu begon mijn moeder aan mijn stoel te trekken waardoor ik uiteindelijk op de grond viel. “Kijk wat jullie nu doen, stelletje klootzakken!” schreeuwde mijn moeder. Ik had haar nog nooit zien schreeuwen, laat staan met het gebruik van zulke woorden.

Twee politiemannen hielden nu mijn vader vast. Een derde hield mijn moeder tegen en de vierde tilde mij op en nam me mee naar buiten. “Die rolstoel komen we nog ophalen met een busje”, vertelde de oudste politieman mijn ouders verbijsterd achterlatend.

De politie verklaarde tegenover de pers dat er iemand was aangehouden en dat het leek alsof dominee Ter Hart ook door vergiftiging om het leven was gekomen.

Groepjes jongeren van de twee betrokken kerken, opgedraaid door de verhalen van hun ouders, gingen die avond met elkaar op de vuist. Urk leek wel een soort Belfast te zijn geworden.

Voor het ziekenhuis in Zwolle, waar ik werd vastgehouden met een politieman voor mijn kamerdeur, stond een grote groep Urkers, met een groot deel van mijn familie, te demonstreren voor mijn vrijlating. Ze konden zich natuurlijk niet indenken dat een van de meeste trieste personen van Urk ook maar iets met die moorden van doen kon hebben.

Hoofdstuk 11

Ze noemen me Rolleeder in de gevangenis. Ik kan er wel om lachen en heb het hier verder goed naar mijn zin. Er verandert niet echt veel voor me. Ik mis mijn moeder en mijn broer en zusters natuurlijk wel maar die komen gelukkig vaak even langs. Ze weten ook niet zo goed wat ze hier met me aanmoeten en zijn de zorg ondertussen al aardig zat aan het worden. Ik moet eigenlijk zo snel mogelijk overgeplaatst worden naar een speciale inrichting voor delinquenten met een handicap. Mijn advocaat heeft het voor elkaar gekregen dat ik nauwelijks echt in de gevangenis hoef te zitten. De rechter ging een heel stuk mee in het pleidooi van mijn advocaat dat ik verstandelijk ook niet helemaal 100% was. Tja, hoe moet je iemand die in een rolstoel zit te kwijlen en communiceert via een computer nu eigenlijk 100% serieus nemen. Het was voor de rechter wat dat betreft natuurlijk ook een unieke zaak. De openbare aanklager had alle communicatie van mijn computer laten halen en wist op die manier toch wel hard te maken dat ik eigenlijk best wel slim was. Uiteindelijk gaf de rechter me 5 jaar maar in de praktijk komt het er op neer dat ik twee jaar in een gesloten inrichting moet verblijven.

Ik werd uiteindelijk gepakt door een camera systeem dat de kerk net enkele weken voor mijn aanslag op dominee Ter Hart had laten instaleren omdat zij last hadden van hangjongeren die er vandalistische praktijken op na hielden. Op de camera beelden kon je vrij duidelijk zien dat ik tegen de dominee op reed en iets van een spuit terughaalde uit zijn been. De spuiten, het gif en de bestelling van de gif ingrediënten werden later ook terug gevonden op mijn kamer en computer. Ik was er vanuit gegaan dat ze mij nooit zouden verdenken en dat ze me daarom ook niet zouden pakken.

Op Urk donderden de gebeurtenissen nog flink na. Er zijn veel mensen die niet geloven dat ik het heb gedaan en dat ik als een soort offerlam naar voren ben geschoven om de zaak te de-escaleren maar daarnaast zijn de relaties tussen de twee kerken ijs en ijs koud geworden. Er gebeuren over en weer nog steeds aardig wat akkefietjes zoals vandalisme, kleine vecht partijen en inbraken.

Dit zal denk ik nog decennia lang na etteren in de Urker samenleving. Heb ik toch nog wat bereikt.

Ik ben momenteel een beroemdheid in Nederland. Rolleeder de Rolstoel killer. Er worden al boeken geschreven en er zijn plannen om een film over de gebeurtenissen te maken. Nederland heeft een obsessie met het Gereformeerde geloof en gemeenschappen waarin dat geloof nog veel voorkomt en als er dan ook nog een zaak als de mijne aan het licht komt waarin dominees worden vermoord door een zwaar gehandicapte jongen in een rolstoel dan smult heel Nederland daar natuurlijk van.

Zoals ik al zei, je moet slecht zijn om beroemd te worden.